Artikelen

De doornenkroon legger

“Jezus werd gekroond met het allerergste in ieder van ons”


Toen namen de soldaten van de landvoogd Jezus mee in het pretorium en verzamelden de hele afdeling rondom Hem.  Zij trokken Hem zijn kleren uit en hingen Hem een rode mantel om.  Ook vlochten ze een kroon van doorntakken, zetten die op zijn hoofd en gaven Hem een rietstok in de rechterhand. Dan vielen ze voor Hem op de knieën en bespotten Hem met de woorden: “Gegroet, koning der Joden!”  Ze bespuwden Hem, pakten de rietstok en sloegen Hem op het hoofd.”  (Mattheüs 27, 27-30)


Er is niets waar ik zoveel spijt van heb.

‘Eens kijken of het verlangen naar privileges en eerbetoon bij Zijne majesteit, de koning der Joden, verdwijnt.’ Zo lasterde ik op de donderdagavond van die moeilijke en onvergetelijke week. Er is niets waar ik zo veel spijt van heb als die wrede, domme en zeer onsmakelijke grap.

We weefden met de beste doornen een kroon, of liever een helm, voor Jezus. Het was een vreselijke week geweest en we lieten ons gaan met Hem. Naast het drinken van een wijn die het beste gif zou zijn geweest voor het  doden van ratten, waren we het beu en waren we uitgeput. Jezus was het perfecte doelwit.

We stellen al onze creativiteit in dienst van de vernedering van de koning.

Die avond zouden we afrekenen met de geschiedenis en we gaven de koning een speciale behandeling, zijn kroon en zijn scepter. Door onze eerbetuigingen barstten we uit in een grotesk en sarcastische gelach. We bespaarden onszelf geen enkele ergernis. We stellen al onze creativiteit in dienst van de vernedering van de koning, van de neerslachtigheid van onze arme gevangene.

Hij reageerde niet met dreigementen, of bestraffing, of gevangenissen. We martelden Hem en Hij vertelde ons alle geheimen van Zijn leger, Zijn Koninkrijk en Zijn volk. Al snel verveelden we ons. Er was geen weerstand, er was geen strijd. Hij had geen motivatie daarvoor. Hij was een verslagen, onttroonde en overgegeven koning.

Zijn beloning was het dragen van onze haat.

Christus met doornenkroon - Katholieke Vesting
Christus met doornenkroon (Rubens)

We keken om de beurt naar hem. Je weet maar nooit. Je moet voorzichtig zijn. Ik moest van twee tot vier voor Hem zorgen. Halverwege mijn dienst staarde ik naar Jezus. Hij sliep niet, het was onmogelijk met die kroon. Ik huilde, dat zag je aan mij. Ik dacht erover na hoe een man zich in die situatie zou voelen, maar probeerde het snel uit mijn hoofd te krijgen omdat die gedachte me verpletterde. Zijn insigne was de meest complete verlatenheid, Zijn eer enkele doornen, Zijn koningschap onze beledigingen en spuug, Zijn prijs onze ellende. Hij werd gekroond met het allerergste in ieder van ons. Zijn beloning was het dragen van onze haat.

Toen ik Hem vrijdag bij zonsopgang aankeek, leek het alsof dat al die last, al mijn zwakheid, Hem niet zwaar leek. Tranen vielen uit Zijn ogen, maar Hij klaagde niet. Ik voelde dat Hij om iemand huilde, maar niet om hemzelf. Toen begon een idee tot leven te komen. Wat als Hij onschuldig is en  er zoveel jaloezie is dat ze Hem willen afmaken? Wat als Hij echt een koning is en ik Hem woedend heb gemaakt?

Het was niet zo vergezocht, maar het maakte me niet bang. Ik kon me niet voorstellen dat Hij op een gewelddadige, boze manier zou kunnen reageren.

Ik kroonde Jezus met mijn ergste ellende en Hij accepteerde het als een cadeau. Ik maakte Hem Koning met mijn minachting en Zijn waardigheid verdween nooit. Ik ventileerde mijn ergste beledigingen en Hij veranderde ze in lof.

Hij had me van al mijn ellende ontdaan en nu droeg Hij het, in Zijn kroon.

Toen mijn dienst eindigde, voelde ik iets nieuws. Ik wilde Zijn zijde niet verlaten. Het was 4 uur ‘s ochtends, ik had al meer dan 24 uur niet geslapen, maar ik had geen zin om bij Hem weg te gaan. Hij had me met rust vervuld. Hij had me van al mijn ellende ontdaan en nu droeg Hij het, in Zijn kroon. Mijn zonden groeven in Zijn voorhoofd, maar reikten tot in Zijn hart.

Ik moest het opgeven op aandringen van mijn metgezellen. Het speet me heel erg om Hem in de handen te laten van een bruut die  zijn slechte humeur weer zou tonen. Toen ik wegging, kon ik het niet laten om mijn ogen weer op Hem te richten. Hij keek op en wilde iets tegen me zeggen. Het was alsof Hij mij bedankte voor mijn medelijden, alsof Hij mij bevrijdde van alles wat we gedaan hadden tijdens het waken, alsof Hij tegen mij zei dat ik me niet meer schuldig moest voelen. Ik heb nooit het gevoel gehad dat iemand mij begrijpt en op die manier van me houdt. Al mijn zwakte genas in een eenzame ochtend. Wat zou ik willen dat ik de grote gunst die Hij mij deed terug kon geven aan Jezus toen de vrijdag aanbrak, toen Hij Zijn Koninkrijk werkelijkheid maakte en alle rebellen onderdrukte!


Roepingsverhalen van de personages uit het Evangelie om te helpen bidden en mediteren over de Passie van onze Heer Jezus Christus. (Arguments).


Als je deze post leuk vond, kun je het delen, want delen is evangeliseren!

Als het materiaal niet werkt of spelfouten heeft, meld dit dan graag!